Kat

Maak een keuze uit van de onderstaande tabs, voor meer informatie over de kat.

Hieronder enkele adviesbrieven om rustig door te nemen:

 

Allergie of voedselovergevoeligheid

Allergische bronchitis

Dementie bij de kat

Feline Infectieuze Peritonitis (FIP)

Pancreatitis kat

Pijn

Schildklier kat

 

Chippen

Steeds meer huisdieren worden gechipt. Door deze elektronische identificatie zijn de laatste jaren al veel huisdieren met hun baasje herenigd.

Katten die meegaan op vakantie naar het buitenland moeten gechipt zijn. Het chippen van uw huisdier kunt u prima combineren met de vaccinatie. De chip bezit een uniek nummer dat kan worden afgelezen met een chip-reader. Dit nummer wordt samen met de gegevens van de eigenaar geregistreerd bij een databank.

Op www.ndg.nl kunt controleren of de gegevens van de chip van uw huisdier goed staan geregistreerd.

Een ander voordeel van het chippen van uw kat is de mogelijkheid van het elektronisch kattenluik. Zo kan uw kat naar binnen, maar de “wilde” kat uit uw buurt niet.

 

Vaccinatie

Infecties met virussen en/of bacteriën kunnen de gezondheid van uw kat bedreigen. Gelukkig kunnen katten tegen verschillende ziekten worden gevaccineerd. Zoals voor de hond geldt ook voor de kat; voorkomen is beter dan genezen!!!

Kattenziekte
Kattenziekte is een ernstige, zeer besmettelijke ziekte die met name voor problemen zorgt bij jonge katten.

Verminderde afweer en afwijkingen van het maagdarmkanaal vormen de belangrijkste verschijnselen. De ernst hiervan hangt af van de leeftijd van het dier (een jonger dier krijgt vaak ernstiger verschijnselen) en van de weerstand tegen kattenziekte op het moment van de besmetting. Katten met kattenziekte hebben koorts en maken een zieke indruk. Door de verminderde weerstand kunnen andere infecties (bijvoorbeeld aan de luchtwegen) het ziektebeeld verergeren. Bij dieren die de besmetting overleven kan nog gedurende enkele weken tot maanden diarree aanwezig zijn.

Niesziekte is een aandoening waarbij sprake is van een ontsteking van de voorste luchtwegen. Meerdere ziekteverwekkers spelen een rol. Daarnaast zijn huisvesting, klimaat en verzorging van belang bij het ontstaan van niesziekte. Daarom is het beter te spreken van het niesziektecomplex.

Niesziekte
Bij niesziekte is sprake van een soort verkoudheid bij katten. Afhankelijk van de verwekker, de leeftijd en de weerstand van de dieren kunnen de verschijnselen minder ernstig zijn; niezen, wat hoesten met waterige neus- en ooguitvloeiing, tot zeer ernstig; sloom, koorts, niet eten, niezen, hoesten, speekselen, ernstige neus- en ooguitvloeiing, beschadiging van tong- en wangslijmvliezen.

Niesziekte komt met name voor op plaatsen waar katten intensief met elkaar in contact kunnen komen, zoals in catteries, pensions en na bezoek aan tentoonstellingen.

In onze dierenkliniek wordt het volgende vaccinatieschema gehanteerd:
– op 9 weken leeftijd; katten-niesziekte enting
– op 12 weken leeftijd; katten-niesziekte enting

De vaccinatie dient jaarlijks herhaald te worden. Als zich op jongere leeftijd problemen voordoen kan al op 6 weken voor het eerst worden geënt (herhalen op 9 en 12 weken). Daarna is het raadzaam om de enting in overleg met je dierenarts regelmatig te herhalen. Bij dieren die in groepen worden gehouden kan het zinvol zijn tweemaal per jaar te laten enten.

De Rabies vaccinatie is verplicht wanneer u uw kat meeneemt naar het buitenland. Deze vaccinatie dient eens in de 3 jaar plaats te vinden en uiterlijk 21 dagen voor vertrek. Voor enkele landen is een bloedonderzoek van uw kat vereist om te bepalen of de hoeveelheid aangemaakte afweerstoffen tegen rabiës voldoende is. Zorg er dus voor dat u tijdig informatie opvraagt met betrekking tot uw vakantiebestemming.

Hondsdolheid
Hondsdolheid (Rabiës) is een virusziekte die zeer besmettelijk is voor vrijwel alle zoogdieren. Het virus gaat naar de hersenen en zorgt ervoor dat het dier graag bijt. Ook zit het virus in het speeksel, en zo verspreidt het zich. De afloop is vrijwel altijd dodelijk. In veel landen is een inenting tegen hondsdolheid verplicht, anders mag de kat het land niet in.

 

Wormen en vlooien

De bestrijding van vlooien moet gericht zijn op uw huisdier en de directe omgeving van uw huisdier. Daarnaast is het heel belangrijk dat al uw honden en katten in huis tegelijkertijd behandeld worden tegen vlooien, ook al ziet u bij enkele nauwelijks of geen vlooien. Er zijn verschillende middelen om uw huisdier te behandelen. Middels pipetten, shampoo, vlooienkam en een vlooienband. Vergeet ook de omgeving niet.

Honden zijn vaak besmet met wormen. In Nederland zijn dit meestal spoelwormen en/of lintwormen. De kat kan ziek worden van deze wormen, maar ook wijzelf kunnen besmet worden met de spoelworm die katten bij zich dragen. Een lintwormbesmetting treedt op via een tussengastheer: de vlo! Bij de bestrijding van lintwormen is het dus tevens belangrijk de vlooien goed onder handen nemen.

Ontwormingsschema:
– Kitten: ontwormen op  4, 6, en 8 weken; op 3, 4, 5 en 6 maanden; daarna elk kwartaal
– Volwassen kat: om de 3 maanden behandelen.
– Drachtige poes: 10 dagen voor de bevallingsdatum
Let op: Niet elk wormmiddel is toegestaan tijdens de dracht en/of zoogperiode!!!

Toxoplasmose
Toxoplasma gondii is een ééncellige parasiet die bijna alle diersoorten kan infecteren. Toxoplasma kan echter enkel in katten zijn levenscyclus vervolledigen. Dit betekent dat enkel katachtigen toxoplasma eieren kunnen uitscheiden. Deze eieren worden uitgescheiden via de faeces en kunnen andere dieren besmetten.

Toxoplasma kan de mens besmetten. Meestal is dit zonder ernstige gevolgen, maar indien zwangere vrouwen een toxoplasma infectie doormaken kan de foetus erge afwijkingen krijgen of afsterven. Eénmaal de mens een toxoplasma-infectie heeft doorgemaakt, heeft hij een afweer opgebouwd.
Vrouwen die afweer hebben opgebouwd tegen toxoplasma lopen geen risico tijdens de zwangerschap. De anderen zullen moeten oppassen om geen infectie door te maken: geen rauw vlees of rauwe groenten eten, niet tuinieren (de cysten kunnen lang in de grond overleven) en niet in contact komen met uitwerpselen van katten (kattebak!).

 

Op vakantie

Steeds vaker mag de hond of kat mee op vakantie. Een vakantie met huisdieren vraagt wel extra voorbereiding. Zijn de papieren in orde, hebben we voldoende voer mee, maar ook: welke ziekten komen er in het land voor en waartegen moet ik mijn hond en kat beschermen?

Gaat uw hond of kat mee naar het buitenland let dan op het volgende:
– een officieel Europees dierenpaspoort
– een chip of duidelijk leesbare tatoeage
– een geldige rabiës vaccinatie (hondsdolheid). Minimaal 3 weken voor vertrek is een vaccinatie tegen hondsdolheid verplicht. We beschikken over actuele lijsten waarop per land deze en andere invoervoorwaarden staan vermeld. Met de moderne vaccins is momenteel één vaccinatie in de drie jaar voor de meeste landen voldoende.
– behandel uw huisdier voor en tijdens de vakantie tegen teken en zandvliegjes
– controleer uw huisdier dagelijks op teken, verwijder de teken direct met een tekentang. Gebruik geen alcohol. Na 24 uur aanhechting worden teken besmettelijk.

 

Sterilisatie

De kat wordt voor het eerst krols op een leeftijd van 6 maanden. Wij adviseren de kat op jonge leeftijd te laten steriliseren. Vanaf ongeveer 8 maanden met een minimaal gewicht van 2-2,5 kg.

De belangrijkste redenen om een sterilisatie aan te raden als u niet met de kat wilt fokken.
– krolsheid kan op langere termijn door tabletten of een injectie worden onderdrukt. Langdurig gebruik van hormonen heeft echter nadelen (melkkliergezwellen en suikerziekte) en daarom is de sterilisatie een veel betere oplossing.
– geen krolsheid meer
– geen ongewenste dekking

Nadelen:
– Uw kat heeft meer kans op overgewicht. Met een strikt voerbeleid en/of een caloriearm dieet is uw kat echter keurig slank te houden.

Hoe gaat een sterilisatie in zijn werk?
Nadat een sneetje in de buikwand gemaakt is worden de eierstokken buiten de buikholte gebracht, enkele bloedvaten worden afgebonden, de eierstokken en de baarmoeder worden verwijderd. Daarna worden buikwand en huid weer gehecht. Soms kunnen de hechtingen geheel inwendig geplaatst worden, zodat er geen uitwendige huidhechtingen nodig zijn.

 

Castratie

Een kater kan in elk geval worden gecastreerd vanaf een leeftijd van 6 maanden. Soms zijn ze al op jongere leeftijd erg lastig (in huis plassen etc.). Omdat er voor de gezondheid van het dier geen bezwaar tegen is, mag de castratie ook op jongere leeftijd plaatsvinden.

De testikels vormen niet alleen de zaadcellen maar ook mannelijke hormonen. Die hormonen veroorzaken het katergedrag, de typische katergeur en ook het uitgroeien tot het brede katertype. Het eerste voordeel van castratie is dat de kater geen jongen meer kan verwekken. Vaak wordt de ‘ex-kater’ ook veel huiselijker en gezelliger; hij heeft minder de neiging om van huis weg te lopen, te zwerven en te vechten, waardoor ook de kans op ontstekingen en vechtabcessen aanzienlijk vermindert.

 

Euthanasie

Aan elk leven komt een einde. Sterven kan op natuurlijke wijze gebeuren, maar dikwijls door euthanasie om het lijden van het dier te beperken of te voorkomen bij een ongeneeslijke aandoening.

De euthanasie kan plaatsvinden op de dierenkliniek of bij u thuis, naar wens van de eigenaar. Na het overlijden van uw huisdier zijn er verschillende mogelijkheden.
1. Begraven (thuis of elders)
2. Crematie, waarbij een keuze gemaakt kan worden tussen een individuele crematie of crematie in groepsverband. De groepscrematie bestaat uit een gelijktijdige crematie van 3-4 dieren. Individuele crematie is de crematie van één huisdier. Hierbij kan de eigenaar de as terugkrijgen om uit te strooien of te bewaren in een urn. Uitstrooiing over zee door het crematorium is ook een optie.